Elke eenheid heeft als doel de student een tekst te leren
schrijven voor een bepaald soort situatie.
Voorbeelden :
- een klachtenbrief aan de eigenaar van een appartement,
- een leverancier vragen om een leveringstermijn te verkorten,
- een aanmaning tot betaling...
Deze oefeningen zijn uiterst praktisch en worden aan uw persoonlijke situatie
aangepast. Uw lesgever bepaalt uw programma samen met u.
Een eenheid omvat meerdere oefeningen :
1. De oorspronkelijke tekst : op basis van de aanwijzingen van uw
lesgever stelt u een tekst op (meestal een brief), die als basis zal dienen voor
het geheel van de leseenheid.
2. Verbetering : de lesgever stuurt u een aantal raadgevingen,
opmerkingen en verbeteringen die u gebruikt om deze tekst te herschrijven.
3. Uitlegfiche : naar gelang zijn observaties stuurt de lesgever u een
fiche met uitleg (grammatica, woordenschat, stijlelementen, enz.) die u toelaten
een welbepaald punt van uw taalbeheersing te vervolmaken.
4. Oefeningen : om deze theoretische elementen uit deze fiche in de
praktijk om te zetten.
5. Twee nieuwe teksten : de lesgever stuurt u instructies voor het
opstellen van nog twee teksten, die nauw verwant zijn aan de oorspronkelijke
tekst. Deze twee teksten worden vervolgens verbeterd.
Deze werkwijze laat u toe om zonder tijdverlies die
vaardigheden te ontwikkelen waaraan u behoefte heeft, voor een onmiddellijk,
praktisch resultaat.
Scripto